Тестування
Vraag 1 / 20
Rekenen en Cijfers
A1
Welk getal is "drieëndertig"?
A
3
B
33
C
13
D
30
Vraag 2 / 20
Onregelmatige werkwoorden
A1
Wat is de verleden tijd van "drinken" (wij)?
A
drinkten
B
dronken
C
dronk
D
gedronken
Vraag 3 / 20
Rekenen en Cijfers
A1
Wat is een "even" getal?
A
1, 3, 5
B
2, 4, 6
C
0, 1, 2
D
10, 11, 13
Vraag 4 / 20
Sociaal en Cultuur
A1
Wat is "trouwen"?
A
Eten
B
Een officieel huwelijk aangaan
C
Slapen
D
Werken
Vraag 5 / 20
Verkeer
A1
Wat betekent een rood stoplicht?
A
Doorrijden
B
Stoppen
C
Harder rijden
D
Zingen
Vraag 6 / 20
Onregelmatige werkwoorden
A1
Wat is het voltooid deelwoord van "zien"?
A
zag
B
ziet
C
gezien
D
zagen
Vraag 7 / 20
Onregelmatige werkwoorden
A1
Wat is het voltooid deelwoord van "gaan"?
A
ging
B
gaat
C
gegaan
D
ga
Vraag 8 / 20
Rekenen en Cijfers
A1
Hoeveel hoeken heeft een driehoek?
A
Twee
B
Drie
C
Vier
D
Vijf
Vraag 9 / 20
Familie
A1
Wie є "broer"?
A
Zus
B
Mannelijk kind van dezelfde ouders
C
Opa
D
Neef
Vraag 10 / 20
Weer
A1
Wat is "storm"?
A
Geen wind
B
Hele harde wind
C
Mooi weer
D
Mist
Vraag 11 / 20
Onderwijs en Kinderen
A1
Wat gebruik je om te schrijven?
A
Een gum
B
Een pen
C
Een schaar
D
Een liniaal
Vraag 12 / 20
Familie
A1
Wie is je "partner"?
A
Je vijand
B
De persoon met wie je een liefdesrelatie hebt
C
Je leraar
D
Je dokter
Vraag 13 / 20
Vervoer en Reizen
A1
Waar slaap je als je gaat kamperen?
A
In een hotel
B
In een tent
C
In je eigen bed
D
Op kantoor
Vraag 14 / 20
Emoties
A1
Wat is "lief"?
A
Iemand die vervelend doet
B
Iemand die heel aardig en goed is
C
Iemand die groot is
D
Iemand die boos is
Vraag 15 / 20
Dagelijkse handelingen
A1
Wat doe je in de douche?
A
Koken
B
Je wassen
C
Slapen
D
Tv kijken
Vraag 16 / 20
Eten en Drinken
A1
Wat is "kaas"?
A
Iets van fruit
B
Iets gemaakt van melk (geel)
C
Iets van vlees
D
Iets van brood
Vraag 17 / 20
Rekenen en Cijfers
A1
Wat is "nul"?
A
1
C
10
D
100
Vraag 18 / 20
Verkeer
A1
Wat is een "station"?
A
Een plek voor boten
B
Een plek waar de trein stopt
C
Een winkel
D
Een huis
Vraag 19 / 20
Boodschappen
A1
Waar doe je je boodschappen in?
A
Een tas
B
Een schoen
C
Een hoed
D
Een glas
Vraag 20 / 20
Werk en Loopbaan
A1
Wat doe je tijdens de lunchpauze?
A
Slapen
B
Werken
C
Eten
D
Schoonmaken
🏆
Resultaten
0
/
20