Тестування

Vraag 1 / 20
Gezondheid A1

Je bent ziek. Waar ga je eerst naartoe?

A Het ziekenhuis
B De huisarts
C De tandarts
D De fysiotherapeut
Vraag 2 / 20
Gezondheid A1

Waar ga je eerst naartoe als je ziek bent?

A Ziekenhuis
B Huisarts
C Tandarts
D Apotheek
Vraag 3 / 20
Gezondheid A1

Wat is "koorts"?

A Als je het koud hebt
B Als je lichaamstemperatuur te hoog is
C Als je honger hebt
D Als je moe bent
Vraag 4 / 20
Gezondheid A1

Wat is een "apotheek"?

A Een plek voor boeken
B Een winkel voor medicijnen
C Een restaurant
D Een school
Vraag 5 / 20
Gezondheid A1

Wat is "pijn"?

A Een lekker gevoel
B Een vervelend gevoel in je lichaam (bijv. in je vinger)
C Lachen
D Slapen
Vraag 6 / 20
Gezondheid A1

Wat zeg je tegen iemand die ziek is?

A Eet smakelijk!
B Gefeliciteerd!
C Beterschap!
D Succes!
Vraag 7 / 20
Gezondheid A1

Wat is "verkouden"?

A Een gebroken been
B Snotneus en hoesten
C Pijn aan de voet
D Honger hebben
Vraag 8 / 20
Gezondheid A1

Wat is "beterschap"?

A Een medicijn
B Wens voor een zieke (word snel gezond)
C Een ziekte
D Een dokter
Vraag 9 / 20
Gezondheid A1

Wat is een "pleister"?

A Een medicijn om te drinken
B Iets om op een klein wondje te plakken
C Een bed in het ziekenhuis
D Een afspraak bij de dokter
Vraag 10 / 20
Gezondheid A1

Wat is de "huisarts"?

A De dokter in het ziekenhuis
B De dokter in de buurt waar je eerst naartoe gaat
C Iemand die je huis schoonmaakt
D De apotheker
Vraag 11 / 20
Gezondheid A1

Wat is "griep"?

A Honger hebben
B Ziek zijn met koorts
C Een nieuwe bril
D Blij zijn
Vraag 12 / 20
Gezondheid A1

Wat is "keelpijn"?

A Pijn in je hoofd
B Pijn bij het slikken (in je keel)
C Pijn in je teen
D Pijn in je oor
Vraag 13 / 20
Gezondheid A1

Wat is een "arts"?

A Een leraar
B Een dokter
C Een politieagent
D Een bakker
Vraag 14 / 20
Gezondheid A1

Wat doet een "opticiën"?

A Hij controleert je tanden
B Hij meet je ogen voor een bril
C Hij geeft medicijnen voor je rug
D Hij maakt het ziekenhuis schoon
Vraag 15 / 20
Gezondheid A1

Wat is "beterschap"?

A Een medicijn
B Een wens voor een zieke persoon
C Een type dokter
D Een ziekenhuis
Vraag 16 / 20
Gezondheid A1

Waar zit je hart?

A In je hoofd
B In je borstkast (links)
C In je buik
D In je voet
Vraag 17 / 20
Gezondheid A1

Waar koop je een pleister?

A Bij de bakker
B Bij de drogist
C Bij de bioscoop
D In het bos
Vraag 18 / 20
Gezondheid A1

Waar koop je pleisters en paracetamol?

A Bij de bakker
B Bij de drogist
C Bij de garage
D Bij de bioscoop
Vraag 19 / 20
Gezondheid A1

Wat doe je als je "moe" bent?

A Hard lopen
B Slapen
C Veel praten
D Dansen
Vraag 20 / 20
Gezondheid A1

Wat is een "apotheek"?

A Een plek voor boeken
B Een winkel voor medicijnen
C Een restaurant
D Een school
🏆

Resultaten

0 / 20

Помилки: