Тестування
Vraag 1 / 20
Wonen en Buren
A1
Waar staat de "koelkast"?
A
In de badkamer
B
In de keuken
C
Op de trap
D
In de slaapkamer
Vraag 2 / 20
Wonen en Buren
A1
Wat is een "dak"?
A
De onderkant van een huis
B
De bovenkant van een huis
C
De deur
D
Het raam
Vraag 3 / 20
Wonen en Buren
A1
Waar staat de koelkast?
A
In de slaapkamer
B
In de keuken
C
Op het toilet
D
In de tuin
Vraag 4 / 20
Wonen en Buren
A1
Wat gebruik je om water te drinken?
A
Een bord
B
Een glas
C
Een mes
D
Een stoel
Vraag 5 / 20
Wonen en Buren
A1
Wat gebruik je om een raam open te doen?
A
Een sleutel
B
De klink of hendel
C
Een hamer
D
De gordijnen
Vraag 6 / 20
Wonen en Buren
A1
Wat is een "stoel"?
A
Om op te slapen
B
Om op te zitten
C
Om mee te eten
D
Om mee te schrijven
Vraag 7 / 20
Wonen en Buren
A1
Waar was je de borden en glazen?
A
In de badkamer
B
In de keuken
C
In de slaapkamer
D
In de gang
Vraag 8 / 20
Wonen en Buren
A1
Waar kook je?
A
Slaapkamer
B
Keuken
C
Woonkamer
D
Douche
Vraag 9 / 20
Wonen en Buren
A1
Waarmee maak je de deur open?
A
Met een hamer
B
Met een sleutel
C
Met een stoel
D
Met een bord
Vraag 10 / 20
Wonen en Buren
A1
Waar staat de douche?
A
In de tuin
B
In de badkamer
C
In de keuken
D
In de kelder
Vraag 11 / 20
Wonen en Buren
A1
Wat gebruik je om de trap op te gaan?
A
De lift
B
De treden
C
De deur
D
De stoel
Vraag 12 / 20
Wonen en Buren
A1
Waar slaap je?
A
In de keuken
B
In de badkamer
C
In de slaapkamer
D
In de tuin
Vraag 13 / 20
Wonen en Buren
A1
Wat gebruik je om te koken?
A
De koelkast
B
Het fornuis
C
De bank
D
De douche
Vraag 14 / 20
Wonen en Buren
A1
Wat gebruik je om de vloer te vegen?
A
Een hamer
B
Een bezem
C
Een lepel
D
Een tv
Vraag 15 / 20
Wonen en Buren
A1
Wat is een "raam"?
A
Een deur
B
Glas in de muur om naar buiten te kijken
C
Een tafel
D
Een stoel
Vraag 16 / 20
Wonen en Buren
A1
Wat staat er in de woonkamer?
A
Het bed
B
De bank
C
De douche
D
Het gasfornuis
Vraag 17 / 20
Wonen en Buren
A1
Waarmee maak je de vloer schoon?
A
Met een hamer
B
Met een stofzuiger
C
Met een tv
D
Met een bed
Vraag 18 / 20
Wonen en Buren
A1
Wat gebruik je om de gordijnen dicht te doen?
A
Een hamer
B
Je handen
C
De stofzuiger
D
De oven
Vraag 19 / 20
Wonen en Buren
A1
Waarmee maak je de vloer schoon?
A
Met een hamer
B
Met een stofzuiger
C
Met een tv
D
Met een bed
Vraag 20 / 20
Wonen en Buren
A1
Wat is een "sleutel"?
A
Om te eten
B
Om de deur te openen
C
Om te bellen
D
Om te lezen
🏆
Resultaten
0
/
20