Вправи

Niveau: A1
1 A1
De buren hebben hun huis geschilderd.
Сусіди пофарбували свій будинок.
Het is een mooie kleur groen.
Це гарний зелений колір.
2 A1
Wie bel je als je ziek bent?
Кому ти дзвониш, коли хворієш?
Ik bel de huisarts.
Я дзвоню терапевту.
3 A1
Mijn dochter heeft een goed rapport.
У моєї доньки хороший табель.
Gefeliciteerd, ze heeft hard gewerkt.
Вітаю, вона добре попрацювала.
4 A1
Wie heeft de gang geverfd?
Хто пофарбував коридор?
Dat heeft de woningbouw gedaan.
Це зробила житлова асоціація.
5 A1
Hoe feliciteer ik een collega met een promotie?
Як привітати колегу з підвищенням?
Zeg: "Gefeliciteerd met je nieuwe functie!"
Скажіть: "Gefeliciteerd met je nieuwe functie!"
6 A1
Wanneer vindt het functioneringsgesprek plaats?
Коли відбудеться бесіда про ефективність?
Meestal aan het einde van het jaar.
Зазвичай наприкінці року.
7 A1
Kan ik contant geld opnemen bij de kassa?
Чи можу я зняти готівку на касі?
Nee, dat is bij ons niet mogelijk.
Ні, у нас це неможливо.
8 A1
Wie is de vertrouwenspersoon op school?
Хто є довіреною особою в школі?
Dat is iemand bij wie je terechtkunt met problemen.
Це людина, до якої можна звернутися з проблемами.
9 A1
Is de praktijk morgen geopend?
Чи відчинений кабінет завтра?
Nee, we zijn alleen op werkdagen open.
Ні, ми працюємо тільки в робочі дні.
10 A1
Is er een pasgeboren baby in de familie?
Чи є у родині новонароджене маля?
Ja, mijn zus is net bevallen van een zoon.
Так, моя сестра щойно народила сина.